Programma jaarcongres 2009

 

Thema ouderenzorg

Het was druk op het tweede Jaarcongres Praktijkondersteuning op 22 september in de Utrechtse Jaarbeurs. Praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen en nurse practitioners huisartsenzorg wisselden ervaringen uit in plenaire discussies, workshops en wandelgangen. Hier vindt u een impressie.

Margje Mahler, psycholoog Ouderenzorg in een verpleeghuis en docent specialistenopleiding Ouderengeneeskunde, besprak in vogelvlucht de ouderen van nu.

  • Er zijn meer ouderen, maar velen zijn relatief gezond, ook als ze bijvoorbeeld diabetes hebben.
  • Er is een kleine kwetsbare groep die meer zorg nodig heeft, vaak door complexe problemen. Bijvoorbeeld bij een ouder echtpaar met diabetes, slaap- en relatieproblemen; oorzaak en gevolg zijn moeilijk te onderscheiden. En is er soms sprake van dementie?
  • De groep ouderen is pluriformer dan vroeger: de ontzuiling geldt ook voor ouderen. Aandoeningen als reuma en hoge bloeddruk leiden in verschillende situaties tot verschillende zorgbehoefte en beperkingen. Heb daarom oog voor de kracht van de oudere, tegelijkertijd rekening houdend met zijn beperkingen.
  • Er is veel multimorbiditeit: 2/3 van de 65-75-jarigen heeft meer dan twee chronische ziekten; bij 85+ is dit zelfs 85%. Veel aandoeningen ontstaan sluipenderwijs. Wees daarom proactief met signalering en preventie.
  • De nadruk bij diagnostiek & behandeling ligt op welbevinden en op preventie van beperkingen (bijvoorbeeld door gebrekkige mobiliteit, incontinentie of hoorproblemen), minder op genezing. Overweeg: moet je iemand van 80 jaar nog een cholesterolbeperkt dieet adviseren?
  • Taken voor de praktijkondersteuner ouderenzorg zijn (1) farmacotherapeutische zorg, waaronder signalering, informatie en advies aan de patiënt en aan de mantelzorger; (2) zorg bij dementie, waaronder signalering, eerste diagnostiek, ondersteuning van de mantelzorg; (3) zorg bij psychische problemen, waaronder signalering van depressie, angststoornissen, delier en (alcohol)verslaving; (4) zorg bij levenseindeproblematiek.

Financiering van de ouderenzorg
Hoe boor je bronnen aan voor ouderenzorg, nu de dbc Ouderenzorg er nog niet is? Hoe krijg je de financiering rond als een oudere patiënt zowel diabetes als COPD heeft, of zowel hart-vaatklachten als een depressie? Karin Leferink, werkzaam bij een ROS (regionale ondersteuningsstructuur, voor samenwerking in de regio), gaf tips.

  • Voor ouderenzorg zijn er de volgende financieringsmogelijkheden voor preventie, innovatie, hoog- en laagcomplexe zorg: Wmo, AIV (advies, instructie en voorlichting), PGO (periodieke gezondheidsconsultatie ouderen), Wet PG (Wet publieke gezondheidszorg), huisartsenfinanciering, consulten, M&I (module modernisering & innovatie), GES (module geïntegreerde zorg), ziektekostenverzekering, AWBZ.
  • Profiteer van innovatiegelden. De GES- en de M&I-module zijn ingewikkeld om aan te vragen. Daarom maakte Leferink voor huisartsen in haar regio een format voor de M&I-module. Congresbezoekers ontvingen het format. Vraag ook uw eigen ROS om hulp, zie LVG
  • U hoeft niet alles zelf op te lossen. Delegeer niet alleen, maar geef ook duidelijk uw eigen grenzen aan. En maak heldere afspraken.
  • Zorg voor een duidelijke visie in uw praktijk. In een huisartsenpraktijk kun je niet alles, maar als je cardiovasculaire zorg met diabeteszorg wilt combineren of een pilot COPD wilt starten, heb je in een poh-module nog genoeg ruimte, als je die module tenminste hebt gekozen.
  • De poh ggz kan helpen bij ouderen met cognitieve beperkingen, relatieproblemen en somberheid. Wees creatief, bekijk de klachten niet alleen fysiek of alleen psychisch. Praktijkondersteuners hebben hun positie inmiddels gevestigd, maar de nurse practitioner en de poh ggz moeten hun plaats nog bevechten. Help ze daarbij, en verdeel de taken.
  • AWBZ-zorg kunt u goed leveren via de huisartsenpraktijk, bijvoorbeeld door consultatie van een verpleeghuisarts in de eerste lijn. Bijvoorbeeld bij polyfarmacie kan dat veel kostenbesparingen opleveren, omdat de patiënt niet jaarlijks bij zowel cardioloog en longarts als reumatoloog langs hoeft te gaan, wat ook voor de patiënt veel verlichting betekent.
  • Benut in samenwerking met de wijkverpleging de AIV-gelden. Gebruik de AIV-gelden alleen als AIV door u als praktijkondersteuner meerwaarde heeft. Ga met de wijkverpleegkundige om de tafel en spreek af wie wat doet. Bijkomend voordeel is dat de wijkverpleegkundige en u elkaar niet in de wielen rijden als u huisbezoek doet.
  • Kijk multidisciplinair over grenzen heen; onderzoek welke zorg gevraagd wordt en zoek daar vervolgens financiering bij. Vermijd domeindenken: de fysiotherapeut kan ademhalingsoefeningen verzorgen, maar ook de logopedist. ‘Ik voel me machteloos’ is niet meer nodig wanneer u weet naar wie u moet verwijzen, zie Praktijkwijzer Ouderenzorg (NHG) 
  • Ketenzorg vraagt tijd. Zorg dat u die gefinancierd krijgt. Uw eigen regionale ondersteuningsstructuur (ROS) geeft adviezen over verwijzing, samenwerking en afspraken, zie LVG

Workshop Juridische aspecten ouderenzorg
Wat doet u als een patiënt geen pil wil en daardoor complicaties krijgt? Wie is verantwoordelijk? En wat doet u bij dementie? Beslissen de kinderen dan over de behandeling en medicatie van hun ouders? Gezondheidsjurist mr. Jolanda van Boven gaf praktische tips.
  • Alles draait om het juridische begrip ‘goed hulpverlener[schap]’ uit de WGBO: u moet verantwoord handelen volgens professionele standaarden. U kunt niet zeggen: ‘De familie wilde niet ingrijpen, dus ik kon niets doen.’ Of: ‘De patiënt wilde geen pil, dus ik ben niet verantwoordelijk.’ U bent zelf verantwoordelijk om te handelen in overeenstemming met de normen van uw beroepsgroep.
  • Een protocol heeft meer juridische waarde dan u denkt. Dit geldt juridisch namelijk als ‘strenge norm’ voor uw handelen. Voorbeelden zijn de NHG-standaarden, regels in uw eigen huisartsenpraktijk, regionale fto’s, en lokale protocollen.
  • Of het nu standaarden, protocollen of richtlijnen zijn: u bent erop aan te spreken. Of het nu afspraak is van uw eigen huisartspraktijk, of een landelijke standaard.
  • Motiveren & documenteren, daar gaat het om. U kunt handelen als goed hulpverlener, maar dat is niet genoeg. Wijkt u af van een protocol, standaard, of afspraak, beargumenteer dan waarom en bovenal: noteer deze argumenten in het dossier. Hetzelfde geldt als de patiënt geen toestemming geeft voor behandeling of medicatie: noteer wat er is gezegd en overwogen.
  • Noteer de volgende zaken in het dossier: (1) welke argumenten u hebt gebruikt; (2) of u in redelijkheid tot een conclusie kon komen; (3) wat u afgewogen hebt; (4) wat u de patiënt precies verteld hebt .
  • U hoeft wat u opschrijft niet te kunnen bewijzen: met documentatie op zichzelf staat u al sterker.
  • U kunt niet altijd alles documenteren, maar doe dit in elk geval wanneer u een niet-pluis-gevoel hebt, of misverstanden of conflicten voorziet.
  • Het heeft weinig zin om de patiënt een verklaring te laten tekenen, bijvoorbeeld dat hij afziet van behandeling. De patiënt kan later namelijk zeggen dat hij nerveus was en door de druk van de omstandigheden niet goed begreep waarvoor hij tekende.


Workshop Hoorzorg
Hoe zorgt u voor welbevinden bij ouderen, ook preventief? In de hoorzorg valt nog veel te winnen, werd duidelijk in de workshop van dr.ir. Jan de Laat, audioloog bij het Audiologische centrum van het Leids Universitair Medisch Centrum.

  •  Het aantal slechthorenden is groot, maar ouderen komen niet spontaan in actie bij gehoorproblemen. In Nederland revalideert echter slechts 10% van de 70-jarigen, terwijl 50% een hoortoestelindicatie heeft. Een goed hoortoestel voorkomt achteruitgang, omdat bij een verouderd apparaat het geluid vaak harder moet. Wanneer ouderen geen begeleiding krijgen bij de oplossing, komt er vaak weinig van. Werk aan de winkel voor een proactieve praktijkondersteuner!
  • Slecht horen heeft veel gevolgen voor het welbevinden: elkaar niet meer goed verstaan en begrijpen, zich vergissen, niet meer alert reageren. Dat kan zorgen voor schaamte, verveling, zich druk maken om kleine dingen, stress, zich niet meer durven uiten, isolement en depressie.
  • Slechthorendheid is een onzichtbaar, dus verborgen probleem. Zorg voor screening en verwijzing: (1) werk samen met een goede audicien in de buurt, (2) voor medische expertise en bijkomende symptomen: kno-arts; (3) voor extra begeleiding audiologisch centrum (kan direct, zonder tussenkomst kno-arts).
  • Pas op met oren uitspuiten, zorg dat je het goed doet. Haal je teveel smeer weg, dan wordt het oor overgevoelig. Met lawaai uitspuiten is slecht. Uitzuigen is beter dan spuiten, maar het apparaat is duurder. Na een paar minuten is het oord droog en dan kan het hoortoestel weer in. Zit het oor snel opnieuw dicht, laat dan de kno-arts ernaar kijken.
  • Wijs de patiënt op het bestaan van ringleidingen (Engels: telecoil): in bioscopen, schouwburgen, NS-loketten en zijn ringleidingen steeds vaker beschikbaar. Ook voor de huiskamer thuis. De ringleiding maakt draadloos contact met de tv, met perfect geluid, rechtstreeks in het hoortoestel en de tv hoeft niet meer harder. Veel verzekeraars vergoeden dit. Vaak is het een uitkomst na een tijdje hoortoestelgebruik, na meer achteruitgang.
  • Klaagt de patiënt dat zijn hoorapparaat gaat fluiten, dan is het oorstukje niet goed, of verouderd. De verzekering betaalt eens per 2,5 jaar (90% van de) vervanging, eens per 5 jaar een nieuw hoortoestel.
  • Voor meer tips om het hoortoestel goed te blijven gebruiken, raadpleeg het Handboek hoorzorg ouderen (ook met EHBS-map).
  • Tijdens de workshop vertoonde Jan de Laat de volgende film over de werking van het oor: Auditory transduction - Brandon Pletsch                                                                                                                                     

Meer informatie over Jaarcongres Praktijkondersteuning 2009

  • In vaktijdschrift De Praktijk vindt u een uitgebreid artikel over dit congres.
  • Hebt u het congres bezocht, dan vindt u de presentaties van alle workshops via BSL > archief > Jaarcongres Praktijkondersteuning 2009 (> inloggen). De inloggegevens vindt u in uw congresmap.

     

      

     

 

 

 

 

 

Lees meer:

jaarcongres (21)

Reacties

Nog geen reacties aanwezig.

Log in om reacties te plaatsen bij dit bericht.