Nieuws

20-03-2017: Tandvleesontsteking kan wijzen op vroege diabetes

Tandartsen en mondhygiënisten hebben een poortwachtersfunctie bij het ontstaan van suikerziekte. Want paradontitis, ernstige tandvleesontsteking, kan wijzen op diabetes mellitus in een vroeg stadium.

Bloedsuikers

Teeuw heeft de bloedsuikerwaarden van mensen met paradontitis gemeten, na het nemen van een vingerprikje bloed. Hij onderzocht 313 mensen: 126 met een milde vorm, 78 met ernstige parodontitis en 109 patiënten zonder parodontitis. Bij 1 op de 5 mensen met ernstige tandvleesontsteking werden verhoogde bloedsuikers aangetroffen, wat duidt op diabetes. De patiënten waren daarvan niet op de hoogte.

Behandeling

Teeuws conclusie is dat tandartspraktijken een hele goede rol kunnen spelen in het signaleren van suikerziekte. Mensen bij wie er aanwijzingen zijn voor diabetes of het voorstadium daarvan kunnen zich dan via de huisarts verder laten onderzoeken, en als inderdaad de diagnose diabetes wordt gesteld, behandeling starten.

Bron: Skipr

 

08-03-2017: 'Veel diabetespatiënten met onbehandelde ulcera'

Relatief veel diabetespatiënten lopen te lang rond met onbehandelde ulcera. Dat stellen arts en onderzoeker Margreet van Putten en diabetespodotherapeut Monique Janssen na onderzoek binnen 96 podotherapiepraktijken.

Diabetespatiënten worden jaarlijks gescreend op het risico dat er bij hen een ulcus ontstaat. Patiënten met een grote tot zeer grote kans hierop worden doorverwezen naar een podotherapeut. De podotherapeuten moeten dan vaststellen of de patiënten medisch zorg nodig hebben om eventuele ulcera te voorkomen. Ulcera zijn duur om te behandelen, en kunnen leiden tot amputaties, en die kosten kunnen oplopen bij late behandeling. Dat was reden voor Van Putten en Janssen om onderzoek te doen naar de omvang van onderbehandeling van ulcera bij diabetespatiënten met – het zwaarste – zorgprofiel 4.

Zij bekeken daarvoor gegevens uit 2015 van 96 podotherapiepraktijken in het midden van het land en de Randstad die onder de vlag van Podotherapie Rondom werken. Dat jaar bleken er 145 patiënten, met een hoog risico op een ulcus, die bij screening al een actieve ulcus bleken te hebben, vooral op de voorvoet. Van hen meldden 64 patiënten dat zij daarvoor al onder behandeling waren bij een of meerdere professionals. Voor een deel betrof dat behandelaars die hiervoor gekwalificeerd waren zoals een huisarts, wondconsulent of diabetesvoetenteam in de tweede lijn. Maar ook werden vaak niet-gekwalificeerde behandelaars als een pedicure of thuiszorghulp genoemd. Daarnaast was er dus een meerderheid, 81 patiënten, die nog geen behandeling kreeg.

Gemiddeld liepen de onderzochte patiënten al drie weken met een ulcus rond, terwijl de richtlijn aanbeveelt om niet-genezende ulcera na twee weken  behandeling in de eerste lijn door te verwijzen naar tweedelijnszorg. Zo was bij een aantal patiënten een ulcus al wel opgemerkt door een pedicure, maar nog niet gezien door huisarts of podotherapeut.

Van Putten en Janssen vinden dat het onderzoek uitwijst dat er 'een aanzienlijk behandeldelay bestaat bij diabetespatiënten met een ulcus in een grote populatie'. Op basis van literatuurstudie constateren ze dat die vertraging deels door de patiënt zelf, maar ook door de ingeschakelde professionals wordt veroorzaakt. Zo speelt een rol dat de patiënt zelf te weinig voetinspecties uitvoert of onvoldoende op de hoogte is van signalen en risico's bij ulcera. Verder zijn er vaak veel zorgverleners betrokken bij deze patiënten, wat vertragend kan werken. Zorgverleners noemden binnen het onderzoek van Van Putten en Janssen nog zaken als werkdruk, ziekte in de praktijk of materiaaltekort als reden om niet op tijd de juiste zorg te kunnen leveren.

Van Putten en Janssen pleiten voor een jaarlijks voetonderzoek bij iedere diabetespatiënt met een hoog tot zeer hoog risico op voetulcera. Maar volgens hen is het ook zaak om meer voorlichting te geven over het belang van goede en snelle behandeling, zowel aan patiënten en hun naasten als aan zorgprofessionals

Bron: Medischcontact

 

08-03-2017: Ondersteunen gezonde leefstijl: de krachten gebundeld!

Een gezonde leefstijl is belangrijk, ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Project Ondersteunen gezonde leefstijl: de krachten gebundeld! wil een gezondheidsbevorderende omgeving creëren, zodat deze cliënten kan ondersteunen bij een gezonde leefstijl.

Mensen met een verstandelijke beperking hebben voor een gezonde leefstijl ondersteuning nodig van professionele begeleiders en een fysieke en sociale omgeving die gezond gedrag stimuleert; een gezondheidsbevorderende omgeving.

"Ons doel: Mensen met een verstandelijke beperking leven in een gezondheidsbevorderende omgeving: de leef-, werk- en vrije tijdsruimte lokken gezond gedrag bij hen uit en ze voelen zich ondersteund in dit gedrag door de mensen om hen heen."

Aanpak onderzoek gezonde leefstijl

Het onderzoek bestaat uit een set van 3 projecten:

  • Kennis verzamelen bij mensen met VB en hun professionele begeleiders over gezondheid, het belang van gezonde leefstijl en de benodigde ondersteuning in de omgeving. 
  • Ontwikkelen van een leertraject voor de professionele begeleiders en een omgevingsscan voor de omgeving van mensen met VB in co-creatie met hen. 
  • Implementeren en evalueren van het leertraject en de omgevingsscan.

Producten

Welke concrete producten levert het onderzoek op?

  1. Een leertraject voor MBO- en HBO geschoolde professionele begeleiders van mensen met een matige en (zeer) ernstige VB. Het bestaat uit verschillende, op individuele behoeften afgestemde leerinterventies: online leren (met praktijksimulaties) en on the job het geleerde toepassen. 
  2. Een omgevingsscan; een hulpmiddel waarmee begeleiders kunnen beoordelen of de leef- en werkomgeving gezond gedrag van mensen met VB uitlokt.

Het effect van dit onderzoek

Gezonde leefstijl quoteHet onderzoek heeft meerdere effecten:

  1. Mensen met een verstandelijke beperking: gezonde omgeving en leefstijl. 
  2. Zorgorganisaties en professionele begeleiders: leertraject en omgevingsscan. 
  3. Onderwijs: aanpassen benodigde competenties curricula MBO- en HBO opleidingen. 
  4. Wetenschap: kennis over leefstijl en percepties van mensen met VB en hun professionele begeleiders. 
  5. Politiek: aanpassen beleid met betrekking tot inrichting zorg gericht op gezondheid van mensen met een verstandelijke beperking.

Samenwerking

Binnen dit onderzoek werken veel wetenschappers met elkaar samen. Het Erasmus MC, dr. T. Hilgenkamp; Radboud UMC, dr. J. Naaldenberg; RUG Research Centre PMD, dr. A. van der Putten, het Alfacollege Groningen en de Hanzehogeschool, prof. C. van der Schans en dr. A. Waninge. Dit doen zij ook samen met mensen met een verstandelijke beperking, hun vertegenwoordigers, 19 zorgorganisaties en MBO, HBO en WO onderwijs.

Je leest meer over dit project op de website van ZonMw.

 

12-02-2017: Benut de kracht van de eerstelijnszorg: VELO

Met het oog op de verkiezingen in maart geeft het Verenigd Eerstelijns Overleg (VELO)  – beste zorg in de buurt tien aanbevelingen waarmee betere zorg dichtbij de patiënt tegen lagere kosten georganiseerd kan worden. VELO is het samenwerkingsverband van V&VN, ActiZ, InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LHV en LVVP. 

Klaar voor de toekomst 
Bij toekomstbestendige zorg staat de wens van de patiënt centraal. Bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen moeten worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren - in plaats van hinderen. Dan kan iedereen zijn of haar bijdrage leveren. Alle eerstelijns professionals vanuit hun eigen expertise. Zij kunnen snel handelen bij uiteenlopende zorgvragen en zijn bij uitstek in staat om, in samenspraak met patiënten, mantelzorgers en collega’s, zinnige zorg te bieden. Bovendien maken zij deel uit van lokale netwerken van zorg- en hulpverleners, waardoor de meest passende zorg of ondersteuning kan worden ingezet. Dit stelt burgers veel meer dan voorheen in staat om zo zelfstandig mogelijk thuis te blijven functioneren – zelfs met chronische en/of meervoudige gezondheidsproblemen. 

Zorg thuis
Door veranderingen in de zorg en het verplaatsen van zorg en welzijnstaken naar de gemeente zijn steeds meer mensen in hun thuissituatie aangewezen op zorg. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen en tandartsen leveren dag in dag uit deze eerstelijnszorg op maat. De afgelopen jaren is met succes gewerkt aan verdere versterking en vernieuwing van de eerstelijnszorg. Uit vele lokale en regionale praktijkvoorbeelden blijkt dat deze zogeheten ‘substitutie’ - verplaatsing van zorg - goed mogelijk én effectief is. Maar om substitutie te versnellen, is wel een aantal randvoorwaarden nodig. 
 
Tien concrete aanbevelingen 
VELO geeft tien aanbevelingen voor betere zorg, dichtbij de patiënt tegen lagere kosten. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld het zorgen voor goede opleiding en bijscholing en het belonen van samenwerking. De tien punten hebben vooral te maken met het verbeteren van samenwerking en het versnellen van verplaatsing van zorg naar de eerste lijn.

Bron: V&VN

 

 

 

12-02-2017: Nieuw overzicht wettelijke registraties begeleiders gehandicaptenzorg

In het kader van het programma 'Aanpak Administratieve lasten in de langdurige zorg' stelde Vilans in samenwerking met Zorg Zaken Groep een overzicht op van wettelijk verplichte registraties voor begeleiders in de gehandicaptenzorg. Met dit overzicht wil Vilans begeleiders helderheid bieden en binnen zorgorganisaties de discussie op gang brengen over nut en noodzaak van registraties. 

Bekijk de publicatie op: http://www.vilans.nl/publicatie-overzicht-verplichte-registraties-begeleiders-in-de-gehandicaptenzorg.html 

Zorgmedewerkers in de langdurende zorg besteden 25% van hun tijd aan administratieve werkzaamheden (Berenschot, 2016). Kostbare tijd, die zij liever aan hun cliënten besteden. 85% van de medewerkers in de gehandicaptenzorg ervaart de administratie als belastend (Berenschot, 2016). Er blijkt veel onduidelijkheid over de herkomst van registraties. 

Fabels en misverstanden 
Else Stapersma van Vilans: 'Er zijn nogal wat fabels en misverstanden als het om registreren gaat. Veel registraties worden door organisaties zelf bepaald. Soms zijn deze nuttig, maar voor begeleiders is niet altijd duidelijk waarom.' Zorgaanbieders hebben niet alleen te maken met wettelijke verplichtingen, maar ook met aanvullende eisen vanuit bijvoorbeeld zorgkantoren en de professionele beroepsstandaard. 'Met dit overzicht willen wij begeleiders helderheid bieden over welke registraties vanuit de wet verplicht zijn en zo de discussie op gang brengen over nut en noodzaak van andere registraties', aldus Else Stapersma. 

Wat is wettelijk verplicht en wat niet? 
Het nieuwe overzicht 'Wettelijk verplichte registraties voor begeleiders in de gehandicaptenzorg binnen de Wlz' laat zien welke registraties volgens de Wet langdurige zorg (Wlz) verplicht zijn. Zo wil Vilans helderheid bieden en de discussie op gang brengen binnen zorgorganisaties over het nut en de noodzaak van registraties. Ook komen een aantal hardnekkige fabels en misverstanden aan bod. Is het ondersteuningsplan onderdeel van het dossier van de cliënt? Zijn registraties die voortvloeien uit het kwaliteitssysteem verplicht? Moet de temperatuur van koelkasten verplicht gecontroleerd worden? Al deze vragen - en nog veel meer - komen aan bod in de publicatie.

Bron: actueel nieuwsnederland

Klik hier voor meer nieuwsberichten