‘Jaarcongres vult ons met kennis’

Het Jaarcongres was precies wat praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners nodig hadden, aldus diverse deelnemers. Het congres vond op 18 september plaats in Amersfoort. Deelnemers kregen professionele verdieping met een ruim aanbod van workshops van 1,5 uur. Waardevolle adviezen, veel interactie, en er werd ook nog veel gelachen.

Er staat een grote groep praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners bij cardiologe Janneke Wittekoek. Zij heeft net op het Jaarcongres adviezen gegeven over de preventie van hart- en vaatziekten bij vrouwen. De kern van haar lezing was dat het vrouwenhart anders functioneert dan het mannenhart, en dat dit belangrijke gevolgen heeft voor de manier waarop je vrouwen moet ondersteunen. Blijkbaar heeft die boodschap deelnemers geraakt, want veel vrouwen nemen de tijd om Janneke te bedanken voor haar adviezen. Angela Kemperman is een van hen. Zij kent het werk van de cardiologe al langer, maar is blij dat ze ook op dit congres gesproken heeft. ‘Ze heeft me alweer gevuld met kennis’, glimlacht Angela. ‘En dat gevoel heb ik eigenlijk bij vrijwel alle onderdelen wel. Praktijkverpleegkundige is een prachtig vak, maar het kan ook een heel ingewikkeld vak zijn. Voor mij is dit congres elk jaar een uitstekende manier om alle puzzelstukjes weer in elkaar te schuiven.’

Ook haar collega’s nemen de kennis van Janneke graag op. Vooral bij het deel over het klachtenpatroon bij vrouwen maken diverse deelnemers aantekeningen. Ze schrijven driftig mee als Janneke uitlegt hoe het komt dat hart- en vaatziekten bij vrouwen regelmatig (te) laat ontdekt worden. Vrouwen krijgen over het algemeen andere soorten klachten dan mannen. De bekende drukkende pijn op de borst voelen zij meestal niet. Wat ze wel vaak ervaren zijn een harnas gevoel, pijn tussen de schouderbladen, pijn in de maagstreek, kortademigheid en extreme vermoeidheid. Maar omdat dit andere soorten klachten zijn en omdat deze klachten zich vooral voordoen bij vrouwen die in de overgang zijn, associëren artsen de klachten lang niet altijd met hart- en vaatziekten. 

Als Janneke vervolgens benadrukt dat het vooral cruciaal is om patiënten een duwtje in de goede richting te geven wordt er instemmend geknikt. Het gaat erom mensen ervan bewust te maken dat gezond leven echt belangrijk is, dus goed eten, veel bewegen en niet roken. Met dat advies zijn alle deelnemers het wel eens. En toch is de afweging soms lastig. Een praktijkverpleegkundige uit de zaal vertelt dat ze regelmatig constateert dat er rondom een kwetsbare plaque nog heel veel andere, kleinere plaques zitten. Anderen zeggen dat beeld te herkennen en de cardiologe weet precies wat ze bedoelen. ‘Dat zie je inderdaad vaak. Mijn advies is om samen met de arts heel goed af te stemmen hoe je behandelt. We kunnen gewoon niet overal dotteren, dus richt je dan vooral op het stabiel houden van de plaque. En deel alle informatie ook heel goed.’

Dit soort adviezen zijn nu precies wat praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners nodig hebben, benadrukt Angela Kemperman. ‘We begrijpen allemaal dat het draait om het bewaken van kwaliteit van leven. Maar je wilt het de patiënt ook kunnen uitleggen. Dat deskundigen als Janneke dan hun kennis met jou delen, op zo’n pakkende manier, is heel fijn.’

Heel praktisch

Dat de kennis die deskundigen op het Jaarcongres delen goed wordt ontvangen, blijkt ook bij de workshop Niercounseling van internist Christine Oldenburg. Aan de statafels vertelt een groep praktijkverpleegkundigen dat ze vooral hopen op praktische uitleg over het bepalen van de nierfunctie. ‘En dan vooral tips over waar nu de grens moet liggen. Natuurlijk kennen we wel de uitgangswaarden, maar waar leg je nu de grens? En hoe strak moet je nu van de waarden uitgaan?’ In de workshop adviseert Christine om niet slechts de individuele waarde te beoordelen, maar heel scherp te kijken naar het beloop. De nieren kunnen volgens een klaring nog goed functioneren, terwijl achter de schermen de nierfunctie al hard achteruitgaat. Te veel focussen op slechts een waarde betekent dat de kans bestaat dat de diagnose te laat gesteld wordt. Het belang van het kijken naar schommelingen zien we ook bij de serumcreatineconcentratie. Als de creatinine tussen de 60 en 110  µmol/l ligt (mannen) of tussen de 50 en 100 µmol/l (vrouwen) is de kans groot dat de nieren nog goed functioneren. Maar vaak gaat de serumcreatineconcentratie pas flink stijgen als meer dan de helft van de nierfunctie weg is. Dus ook dan geldt: scherp kijken naar het beloop.

Veel interactie over theorie en praktijk is er ook. Een deelnemer stelt een vraag over het combineren van ACE-remmers met AII-blokkerende middelen. Zij hoorde namelijk van een internist dat dit nog steeds kan, omdat het de bloeddruk extra zou verlagen. Christine Oldenburg vindt dat geen goed advies en legt de deelnemers uit waarom. ‘Ja, er is onderzoek dat zegt dat die combinatie de bloeddruk zou verlagen. Maar we weten ook dat het combineren van ACE-remmers met AII-blokkerende middelen schadelijk kan zijn. Ouderen zouden kunnen gaan flauwvallen. Ik vind dan ook dat een internist die combinatie niet moet aanbevelen.’

Na haar lezing is natuurlijk de vraag: hebben de deelnemers gekregen waar ze op hoopten? Hetzelfde groepje dames die we voor de workshop spraken is er in ieder geval veel mee opgeschoten. ‘Ja, heel praktisch. En goed dat alle onderwerpen zo helder uitgelegd worden. Want vaak hebben we het over levensbedreigende situaties.’

Stapels meenemen

Een andere workshop waar deelnemers veel van verwachtten was de workshop over visus- en gehoorproblemen. Deze workshop werd gegeven door Hilde Vreeken en Marieke Pronk, onderzoekers bij het VUmc. Praktijkverpleegkundige Marleen Köhne koos deze workshop omdat ze zowel in haar familie als in haar werk ziet hoe ingrijpend visus- en gehoorproblemen zijn. ‘Mensen gaan niet eens meer naar verjaardagen. Het is als je doof wordt vermoeiend om gesprekken te voeren. En mensen die hun zicht verliezen durven soms amper nog de straat op.’ In het eerste deel van de workshop noteren zij en de andere deelnemers nog niet veel nieuwe informatie. Hoe respectievelijk visusproblemen en gehoorproblemen ontstaan weten praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners over het algemeen wel. Maar als Hilde en Marieke over hulpmiddelen vertellen is de interactie er wel degelijk. Zo vraagt Marleen hoe je went aan een gehoorapparaat. Veel ouderen hebben, zeker in het begin, moeite om aan een gehoorapparaat te wennen. Marieke benadrukt dat het geluid blikkerig kan klinken. En dat we bovendien de werking van een gehoorapparaat niet moeten overschatten. Als iemand in een omgeving is met veel ruis/achtergrondgeluid zal hij of zij weinig baat hebben bij een gehoorapparaat. Maar omdat ze vooral bij een op een gesprekken wel een verschil maken zijn ze toch heel handig om de kwaliteit van leven te verbeteren. Cruciaal is een goede dialoog met de audicien.

Vervolgens legt Hilde uit welke hulpmiddelen er zijn voor mensen met oogproblemen. Diverse voorleestoestellen, luisterboeken en beeldschermloepen zijn inmiddels beschikbaar. Na afloop zijn vooral de brochures over dat soort hulpmiddelen populair. Gezien de stapels die de meeste deelnemers meenemen zijn ze daar zeker mee geholpen.

Gelachen

Geen congres kan zonder humor, zelfs niet een congres met zoveel theorie en praktijk. En gelachen wordt er. Bijvoorbeeld om het filmpje dat Janneke Wittekoek laat zien in haar workshop over hart- en vaatziekten bij vrouwen. In dat filmpje krijgt een vrouw een hartaanval, maar gaat ze ondanks alles stug en vrolijk door met het huishouden en met het opvoeden van de kinderen. Als ze uiteindelijk toch maar heel beleefd de hulplijn belt wil ze zelfs eerst opruimen voor de ambulance er is. Want wat moeten die wel niet denken van de rotzooi. Wat volgt is een hoop geschater in de zaal. Hard gelachen wordt er ook om Marcellino Bogers. Deze voormalige psychiatrisch verpleegkundige, tegenwoordig auteur en cabaretier, vertelt over hoe belangrijk het gebruik van humor is in de zorg. Om de paar minuten gniffelen de deelnemers om weer een hilarische anekdote. Zoals die over het wassen van een op het oog chagrijnige patiënt. Toen Marcellino aan de man vroeg of hij soms met het verkeerde been uit bed gestapt was, liet de man zien dat hij een geamputeerd been had. ‘Hij had tranen van het lachen en sindsdien konden we het goed met elkaar vinden.’

Een belangrijke les: ‘U bent het publiek voor de patiënt. Patiënten zitten in een vliegtuig en weten niet of ze veilig landen, dus geef ze in ieder geval de glimlach zodat ze zich meer op hun gemak voelen.’ Die les kan op veel instemming rekenen.

Les

In de wandelgangen waren de deelnemers ook over andere workshops enthousiast. De workshops over thema’s als medicatieveiligheid, ondervoeding, COPD en de diabetische voet leken goed aan te slaan. Was er dan niets op het congres aan te merken? Sommige deelnemers vonden het wel jammer dat zij niet de workshops konden doen die ze hadden aangevinkt. En dan vooral dat ze ook niet de tweede en derde keus kregen. En misschien de volgende keer meteen hand-outs bij de lezingen, voor wat meer overzicht en minder schrijfkramp. Een handige les voor de organisatie. In ieder geval belooft de derde donderdag in 2015 wederom een leerzaam Jaarcongres te worden. Dus zet 17 september 2015 alvast in uw agenda en hopelijk tot dan!

 

Reacties

Nog geen reacties aanwezig.

Log in om reacties te plaatsen bij dit bericht.