Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners > Richtlijnen > Richtlijn urine-incontinentie bij kwetsbare ouderen
Deze richtlijn richt zich op urine-incontinentie bij kwetsbare ouderen. Kwetsbare ouderen worden gedefinieerd als mensen die 65 jaar of ouder zijn, waarbij sprake is van fysieke beperkingen, beperkte mobiliteit, problemen met het evenwicht, verminderde spiersterkte, problemen met de cognitie of verslechterde conditie. Ze hebben bovendien vaak chronische aandoeningen, gebruiken vaak (verschillende) medicijnen en hebben ondersteuning nodig van anderen bij dagelijkse activiteiten (ICS, 2009). Urineincontinentie wordt beschreven als een klacht van onvrijwillig verlies van urine (NICE, 2006). Het is een veelvoorkomend probleem, met name bij ouderen. Prevalentiecijfers van 2008 laten zien dat in Nederland 26,9% van de patiënten in algemeen ziekenhuizen, 75% van de bewoners in verpleeghuizen, 56,5% van de bewoners in verzorgingshuizen en 50,5% van mensen die thuiszorg ontvangen, incontinent zijn van urine (Universiteit Maastricht, 2008). Urine-incontinentie kan negatieve lichamelijke, mentale en sociale consequenties hebben. Het heeft ook een grote impact op familie en zorgverleners van de patiënt en er zijn veel kosten mee gemoeid (NICE, 2006). Studies laten zien dat met name bij de oudere patiënt de zorg voor urine-incontinentie onder de maat is (Du Moulin, 2008). Urine-incontinentie wordt vaak niet gediagnosticeerd en blijft daardoor dus vaak onbehandeld. Dit kan onder andere komen doordat men geen hulp zoekt omdat men zich schaamt, omdat men denkt dat incontinent worden inherent is aan ouder worden, of omdat men niet weet dat er behandelingen voor bestaan (NICE, 2006). Als men dan toch hulp zoekt, krijgen ouderen te vaak incontinentie absorptiemateriaal voorgeschreven (Gezondheidsraad van Nederland, 2001). Echter, urine-incontinentie kan bij de kwetsbare oudere een grote invloed hebben op de kwaliteit van leven. Het kan onder andere samengaan met depressie, schaamte en lage eigenwaarde. Het is ook een risicofactor voor opname en vallen (Du Moulin, 2008). Het is dan ook van belang dat kwetsbare ouderen goede zorg voor urine-incontinentie ontvangen. De zorg voor de kwetsbare oudere met urine-incontinentie is echter erg complex. Bij de kwetsbare oudere is bijvoorbeeld vaak sprake van comorbiditeit. De focus ligt dan bij de hulpverleners vaak op de diagnose en behandeling van andere aandoeningen dan urine-incontinentie, omdat urine-incontinentie niet als levensbedreigend wordt gezien (Du Moulin, 2008).
Er worden vaak kansen gemist in de vermindering of het opheffen van de incontinentie en het verbeteren van kwaliteit vanleven bij de kwetsbare oudere patiënt (ICS, 2009). Deze richtlijn draagt bij aan een meer eenduidige en kwalitatief betere zorg voor de kwetsbare oudere met urine-incontinentie. Dit door wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen te doen met betrekking tot de zorg voor deze patiënten, waar noodzakelijk aangevuld op basis van de kennis en ervaring van de disciplines die bij deze zorg betrokken zijn. Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen van een kwalitatief goede evidence based richtlijn, zoals die in het AGREE- instrument (The AGREE Collaboration, 2001) worden beschreven.
Voor meer info.
Bron; V&VN


