Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (Platvorm vitale vaten)

 

De zorgstandaard vasculair risicomanagement vormt een aanvulling op de multidisciplinaire CBO-richtlijn/ NHG-Standaard cardiovasculair risicomanagement. In de richtlijn vindt u welke patiënten in aanmerking komen voor vasculair risicomanagement, hoe u bij deze patiënten de hoogte van het risico voor hart- en vaatziekten kunt bepalen en welke behandelingen effectief zijn om dit risico te verlagen. In deel I van deze zorgstandaard vindt u aanwijzingen voor de organisatie van de zorg die in de richtlijnen wordt geadviseerd. U krijgt antwoord op de vraag welke elementen noodzakelijk zijn voor goed vasculair risicomanagement. De zorgstandaard schrijft geen specifieke interventies voor. Daardoor blijft het mogelijk om de zorg aan lokale omstandigheden aan te passen.

Het zorgproces wordt ingedeeld in vier fasen: identificatie, onderzoek, behandeling en follow-up. De zorgstandaard onderscheidt vier kernelementen voor goed vasculair risicomanagement, die van toepassing zijn in iedere fase van het zorgproces: 

- Het eerste element is ondersteuning van zelfmanagement van patiënten. Patiënten zijn verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid. Om deze verantwoordelijkheid op zich te kunnen nemen, zijn informatie en emotionele ondersteuning op maat nodig, alsook strategieën voor het omgaan met de ziekte in het dagelijkse leven. Patiënten en zorgverleners stellen samen de gezondheidsproblemen vast, de prioriteiten in de behandeling, de doelen, en de zorgplannen. De afspraken worden vastgelegd in een individueel zorgplan. Hierin staat welke doelen een patiënt wil bereiken, welke beslissingen zijn genomen om deze doelen te bereiken, waaruit de begeleiding en de follow-up bestaan, en wie van het behandelteam verantwoordelijk is voor het overeengekomen beleid.

- Het tweede element is ontwerp van het zorgproces. Hoe is (iedere fase van) het zorgproces georganiseerd? De samenwerking en afstemming tussen zorgverleners en organisaties, en de daarvoor vereiste voorzieningen moeten optimaal zijn. Omdat een team van zorgverleners betrokken is bij vasculair risicomanagement, adviseert de zorgstandaard om één zorgverlener aan te wijzen als de eerstverantwoordelijke: de centrale zorgverlener. De centrale zorgverlener is het aanspreekpunt voor het gehele behandelteam inclusief de patiënt. De centrale zorgverlener heeft daarom een centrale rol in de totstandkoming en naleving van het individuele zorgplan. 

- Het derde element is beslissingsondersteuning. Dit element zorgt ervoor dat de patiënten zorg krijgen waarvan de effectiviteit is onderbouwddoor wetenschappelijk onderzoek of 'expert opinion'. Zorgverleners kunnen hiervoor bijvoorbeeld de multidisciplinaire richtlijn cardiovasculair risicomanagement raadplegen. 

- Het vierde element is klinische informatiesystemen. Klinische informatiesystemen zijn nodig voor het registreren, delen en interpreteren van de gegevens. Niet alleen zorgverleners, maar ook patiënten hebben toegang tot de voor hen relevante gegevens. Informatiesystemen leveren ook een bijdrage in de vorm van reminders voor zorgverleners én patiënten. 

Voor het lezen van de gehele zorgstandaard vasculair risicomanagement klik hier.

Reacties

Nog geen reacties aanwezig.

Log in om reacties te plaatsen bij dit bericht.